Familie Ploeg bij pijl Adriaan van der Hidde
Jan Willem rechts van Adriaan

Onze belevenissen als Vluchtelingen

Het gezin Ploeg; vader Jan; moeder Janna Ploeg- van Rijswijk; zoon Jan Willem; zoon Driek en dochter An woonden op Hogeweg 17 in Oosterbeek. Zoon Jan Willem 20 jaar hield een dagboek bij van 17 september tot 17 oktober 1944.

Jan Willem Ploeg 1948

Jan Willem Ploeg 1948

Zondag 17 SeptdagboekPloeg001 ‘44
Vandaag is het de Grote Dag. De dag van onze “Bevrijding”.

’s Morgens om 11 uur kwamen ontelbare Spitfires boven ons dorp om het afweergeschut, van de Duitsers, dat in het weiland stond, tot zwijgen te brengen, opdat de Gliders ( grote Engelse transport-zweefvliegtuigen) geen last van ze zouden hebben bij het landen. Toen het kapot geschoten was, kwamen de zweefvliegtuigen en de parachutes met ammunitie en levensmiddelen.
’s Middags om een uur of zes kwamen de eerste Tommies bij ons door de weg. Iedereen was uitgelaten en dacht, dat nu het ogenblik was van de bevrijding was aangebroken. Maar helaas……..
’s Avonds zijn we niet naar bed geweest, maar hebben we in de kamer gezeten.
Maandag 18 Sept ‘44
Vanmorgen waren we alweer vroeg bij de hand. De Engelsen waren er nog steeds. Er werd nog hevig bij ons in het dorp gevochten, want de Duitsers zijn nog op sommige plaatsen goed verschanst en bieden hevige tegenstand. De Rijnbrug bij ons over de Rijn is ook opgeblazen. (Red. De spoorbrug naar Nijmegen). De Engelsen waren er al op, maar toch ging hij naar beneden.

Het huis van de familie Ploeg in 1945

Het huis van de familie Ploeg in 1945

De watertoren is ook kapotgeschoten, we moesten allemaal water nemen, want hij liep langzaam leeg. We zijn vanavond weer niet naar bed geweest, maar hebben op de grond geslapen.
Dinsdag 19 Sept’44
Vanmorgen toen we uit het raam keken; zagen we nog een Tommy bij ons door de weg komen. Hij zei vriendelijk ”Morning”. We hoorden nog steeds hevig vuren. ’s Middags kwamen er bij ons door de weg vluchtelingen van de Utrechtseweg uit Arnhem. Die moesten weg, omdat daar hevig gevochten werd, de huizen lagen in de vuurlijn. We zaten weer in de kelder, want er werd weer hevig op de luchtlandingsvliegtuigen geschoten. Iemand waarschuwde ons, dat de Duitsers Oosterbeek zouden beschieten en dat we bij Unk in de berg moesten gaan liggen. We zijn maar rustig in de kelder gebleven, er is niets gebeurd. Tegen een uur of zes kwamen de Tommies weer bij ons in de weg. Er kwamen er een stuk of zes bij ons in huis, ze legden hun machinegeweren bij ons op tafel en hun ransels en andere uitrustingsstukken op de grond. Ze gingen zelf op de divan en in de stoelen zitten. We wisten niet wat dat te betekenen had, maar we dachten wel dat ze teruggeslagen waren. En jawel hoor, want even later kwam er een Hooge aan, die zei: “dat we het huis uit moesten”. We wisten niet wat we hoorden. Moeder greep nog wat boter en onze Zondagse pakken. Ik greep alleen de trommel met tabak. Papa had de beesten nog voor 2 dagen voer gegeven, want één zo’n Tommy zei, dat we maar voor twee dagen weg gingen. Toen we naar buiten gingen hadden de Engelsen zich al bij ons in de tuinen ingegraven.Er kwam ook een groot kanon aanrijden, dat werd bij ons in stelling gebracht. De Engelsen zaten al in alle huizen en overal in de tuinen.
We gingen met van Leur mee met paard en wagen. Die zat helemaal vol met mensen, koffers en dekens. Oom Ben, Tante Dien, Riekie en Bennie gingen ook met ons mee. Adriaan ( red. Zie het verhaal van Ad van de Hidde) en Truus gingen ook mee. We gingen naar het Heveadorp. Overal waar we langs kwamen lagen de Engelsen in stelling. Onderaan de Weverstraat stonden de auto’s dwars over de weg en lag het bezaaid met patronen. Tot aan de Westerbouwing lagen de Engelsen, daar stond ook een groot kanon. Verderop lagen overal langs de weg van die grote bussen van de parachutes, waar eten en munitie in gezeten had.
Toen we op het Heveadorp kwamen, mochten we in een school slapen. We hebben er stro in gebracht, om op te liggen. Nu daar binnen was het een gekkenhuis, want er waren een heleboel huisgezinnen, met een stel kleine kinderen, die geweldig veel lawaai maakten. Toen begonnen ze van overmaat tot ramp ook nog te schieten, de granaten floten over de school heen. Veel hebben we die nacht niet geslapen.
Woensdag 20 Sept. ‘44
We waren blij dat we weer daglicht zagen. We kregen ons rantsoen kuch, veel hadden we niet meer. Tegen een uur of negen kwamen er drie Duitsers, die begonnen op de school te schieten, om te kijken of er ook Engelsen in zaten. Een tijdje later kwam er een kameraad van me van de Heveafabriek. Hij heeft ons mee naar zijn huis genomen, we konden bij hem inkomen.
Ook tante Dien en Oome Ben nam hij mee, die kwamen bij buren van hem in huis, bij de fam. Bouwman. Adriaan was daar ook, Truus was bij ons bij Nowee. In Heveadorp was het een hel, want op de Huneschans stond een stuk Duits geschut, bij de Westerbouwing een Engels stuk, die twee schoten de hele dag op elkaar. De granaten huilden over ons huis heen.
’s Nachts zaten we steeds in de kelder, want de granaten sloegen rondom ons in.
De waterleiding ging ook niet meer, water moesten we uit de beek halen, terwijl de kogels je om de oren vlogen. We hadden onze hond Molly bij ons, maar toen ze op de school begonnen te schieten is hij weg gelopen, want daar was hij ontzettend bang voor.
Donderdag 21 Sept’44
Vannacht hebben we niet in de kelder gezeten, maar in de kamer op de grond geslapen. Er zijn weer parachutes gevallen, maar ze vielen in Duitse handen.
Vrijdag 22 Sept ‘44
Vannacht weer in de kelder gezeten. ’s Morgens om een uur of zes weer buiten ,we zijn blij dat we daglicht zien.

Een officier zei: “dat het hele dorp ontruimd moest worden”. Om twee uur moesten we weg, degene die er om vier uur nog was, werd doodgeschoten.

Zaterdag 23 Sept ‘44
Weer de meeste tijd in de kelder gezeten vannacht.
Zondag 24 Sept ‘44
Vannacht zijn de granaten vlakbij ons ingeslagen, schuin tegenover ons, de daken zijn kapot.
Maandag 25 Sept ‘44
Vanmiddag is een man gewond aan zijn been door een granaatscherf.
Dinsdag 26 Sept ‘44
Vannacht werd een nevelgranaat bij de familie waar Oom Ben en tante Dien in huis zijn naar binnen geschoten. Midden in de nacht kwam de hele familie bij ons de kelder in. Ze hoestten geweldig, want al dat chloorgas was naar de kelder getrokken. Die dingen zien er zo uit: een busje met 2 gaatjes
Vandaag werd er een man uit Oosterbeek doodgeschoten, die in het bos hout wilde gaan hakken.
Woensdag 27 Sept. ‘44
Vandaag vroeg bij de hand. ’s Nachts waren er weer een paar huizen getroffen door Engelse granaten. We zijn hout in het bos gaan halen, anders hebben we niets te stoken.
’s Middags is de man begraven, die gisteren doodgeschoten is. Hij werd gewoon in een ruwe kist bij het postkantoor begraven.
Om 12 uur kwamen er twee Duitse auto’s, een personenwagen en een grote vrachtwagen op het dorp. Een officier zei: “dat het hele dorp ontruimd moest worden”. Om twee uur moesten we weg, degene die er om vier uur nog was, werd doodgeschoten.
Het beetje wat we nog hadden, hebben we een kruiwagen geladen.
We moesten ons verzamelen bij de school. Om ongeveer twee uur vertrokken we met veertien honderd mensen naar Renkum. Overal waar we langs kwamen lag het vol met Engelse munitie van de parachutes, die in Duitse handen gevallen waren. Bij Heelsum lag een groot Engels transportvliegtuig, dat neergeschoten was. Wij gingen met 500 mensen verder naar Bennekom.
In Bennekom moesten we ons opgeven. We konden ’s nachts in de kerk slapen. ’s Avonds kregen we rode kool door elkaar van de gaarkeuken en koffie van de vrouw van de dominee. Met ongeveer 40 mensen sliepen we in een kamer van de kerk, op stro en kussens uit de kerk.
Donderdag 28 Sept. ‘44
Papa en Oom Ben hebben een bus met melk gehaald bij de melkfabriek. Moeke heeft voor ons allemaal wat oud goed gehaald.
Om één uur kregen we erwtensoep van de gaarkeuken, er zat nog vlees in ook. Om vier uur moesten we met onze bagage en de kruiwagen bij een vrachtrijder zijn, we konden meerijden naar Lunteren. We moesten ons bij een evacuatiebureau melden voor onderdak.
Wij moesten met ons zessen, ons huisgezin en Adriaan naar een boer; K. de Koning in de Goorsteeg 23. Oom Ben en Tante Dien naar Stroomberg, ook in de Goorsteeg. We konden slapen in de schuur; op zolder; op stro. ’s Avonds kregen we een lekker bord havermoutpap.
Vrijdag 29 Sept. ‘44
Vannacht een beetje koud, we hebben maar drie dekens. We hebben schotten van de Koning gekregen, daar hebben we een kamertje van getimmerd. Het eten wat we krijgen is geweldig. ’s Morgens brood, ’s middags fijn eten met vlees of spek erbij en pap. Om 5 uur weer brood, voordat we naar bed gaan, nog een bord pap.
Zaterdag 30 Sept. ‘44
Vannacht veel beter geslapen. Vandaag hebben we de boer helpen aardappels rooien.
Zondag 1 Oct. ‘44
Vandaag zondag gehouden.
Maandag 2 Oct. ’44 t/m Zondag 8 Oct.
Deze dagen zijn rustig voorbij gegaan. Alleen kwamen er op een avond twee Duitsers twee varkens halen, die ze in het hok doodschoten en met de auto meenamen. Er kwamen ook vier landwachters alles afzoeken of er nog fietsen waren.

We zijn net opgejaagd vee.

Maandag 9 Oct. ‘44
Vanavond kwam er iemand van de politie zeggen, dat we morgenochtend vroeg weg moesten, anders kregen we geen bonkaarten en de boer geen inkwartieringsgeld meer. We waren de boel al aan het inpakken, toen de Koning kwam zeggen, dat we toch konden blijven, al hadden we dan geen bonnen meer. Nu dat was schitterend aangeboden. We zijn gebleven.
Dinsdag 10 Oct. ‘44
Er komen iedere dag veel vliegtuigen over.
Donderdag 12 Oct. ‘44
Vanmorgen waren we met de boer een hek met prikkeldraad aan het afbreken, we deden dat draad op een klos. Opeens kwam er een Engelse jager op ons afduiken. We schrokken ons een ongeluk. Die piloot dacht zeker dat we een telefoonkabel aan het leggen waren.
Vanmiddag kwam er weer een agent zeggen dat we weg moesten, de boer werd aansprakelijk gesteld. Alles ingepakt en veel eten van de boerin gekregen. We vinden het allemaal beroerd, want we vonden het hier erg fijn. We zijn net opgejaagd vee.

Bij P. Hooft kunnen we niet blijven; ze hebben geen bedden; geen eten en geen kachel om te koken.

Vrijdag 13 Oct. ‘44
We zijn met een wagen van de buurman om half tien naar de school gebracht. Bij de school zijn we uitgeschreven. Verder naar Scherpenzeel. Bij Hotel “De Witte Holevoet” kregen we een kop koffie, een bord soep en een boterham met kaas. Vandaar verder naar Woudenberg naar kasteel “Geerenstein” waar we een bord karnemelkse pap en twee boterhammen kregen. De boer uit Lunteren ging naar huis, er zou een nieuwe wagen komen. We moesten met z’n tienen in een veewagen, nu waren we echt vee. We overnachtten in Leusden in een gebouw van de “Coöperatieve Grasdrogerij Leusden”. We kregen gortepap en erwtensoep. We sliepen op stro.
Zondag 14 Oct. ‘44
Oom Ben en ik waren om 5 uur op. Om kwart over tien naar Soest vertrokken, nu met een goede wagen. In Soest naar het evacuatiebureau “Ludgardis”, daar kregen we een adres P. Hooft op Laanstraat 48 en Oom Ben naar 36 in Soestdijk. Bij Hooft zijn ze met vader en zoon, bedden hebben ze niet, de evacuatiedienst brengt een paar matrassen.
Zondag 15 Oct. ‘44
Vandaag zijn Oom Ben en Papa naar familie in Groenekan geweest om te vragen of wij daar kunnen komen. Want bij Hooft kunnen we niet blijven ze hebben geen bedden; geen eten en geen kachel om te koken. Toen ze terug kwamen uit Groenekan hadden ze een handwagen op luchtbanden, want we konden daar komen.
Maandag 16 Oct. ‘44
Vanmorgen om kwart over tien vertrokken. Het was een hele tippel 15 km. Half twee waren we bij die familie van Oom Ben. Daar hebben we gegeten. Daarna zijn Papa en Oom Ben naar het evacuatiebureau gegaan om onze inkwartieringsadressen op te halen. Toen ze terugkwamen moesten Adriaan, Driek en ik naar D. Bos. Papa, Moeke en Annie naar Westeneng er tegenover. Oom Ben en Tante Dien naar W. Bos allemaal aan de Groenekanscheweg. Moeke kon er niet tegen, dat we niet bij elkaar konden blijven. Westeneng vond het goed dat wij bleven, maar Adriaan ging naar D. Bos. Driek en ik hebben ’s nachts boven de koestallen in het hooi geslapen. Papa en Moeke slapen gelukkig in een bed en Annie slaapt bij het dienstmeisje Mien.
Dinsdag 17 Oct. ‘44
’s Morgens hebben we alle drie klompen opgezocht en zijn we aan de slag gegaan, we zijn weer boer geworden. Nu ik zou nergens anders meer willen zijn, want hier hebben we het, het beste van alle adressen waar we geweest zijn. Er is nu een fijn slaapkamertje voor ons in orde gemaakt boven de koestal.

Het huis van de familie Ploeg bij thuiskomst in 1945

Het huis van de familie Ploeg bij thuiskomst in 1945

 

Zie ook het verhaal van Ad van der Hidde, hij werd ook Adriaan genoemd en is met de familie Ploeg meegevlucht.
Titel: Ik ben in dat laatste oorlogsjaar vier keer alleen gelaten.

Plaats een reactie

Wilt u een reactie geven?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>