Rechts Corry Snippe1942 School met de bijbel

Tussen twee vuren

Jawel, als je in de Arnhemse Langstraat nr. 84 woonde dan was het op dat moment de verkeerde plek. De Engelse aanvalsgolf die de 17e september 1944 richting Rijnbrug rolde ging over juist die woonhuizen heen die aan of tegen de Rijnkade aan waren gebouwd. De omgeving Oude – en Nieuwe Kraan; Weerdjesstraat; Oeverstraat; Vossenstraat; Nieuwstraat, het was in korte tijd een slagveld geworden. Corry, zelf geboren aan de Bovenbergstraat, met twee zussen, ouders en vier broers, waarvan de oudste was gevlucht en later in Engeland terecht kwam, woonden daar precies midden in.
De eerste bommen in de buurt van het mooie Hotel Du Soleil aan de Oude Kraan, waren gevallen en het oorverdovende lawaai van het oorlogsgeweld deed de oren suizen. Veel gezien heeft Corry natuurlijk niet. Vader had bevolen dat ze allemaal binnen moesten blijven. De oudere broers namen natuurlijk meer risico’s en verkenden de omgeving voor zover mogelijk. Corry vertelt van een straatgenoot – hij werd in de volksbuurt ‘de Neus Monfrooi’ genoemd -, die luidruchtig zijn geluk over de bevrijding door de Engelsen niet kon verbergen. Met een grote sigaar in zijn mond riep hij rond; dat ze vanavond een Oranjebittertje zouden drinken. Prompt werd hij doodgeschoten door, vermoedelijk, een Duitse scherpschutter (sniper), die ergens in de Oeverstraat op een dak zat. De brandweer die daar vlakbij een post had, heeft de gedode man nog naar de Vossenstraat gebracht waar een bierbrouwerij gevestigd was. Toen dat gebouw wat later in brand werd geschoten, moet ‘de Neus’ zijn mee verbrand.

een aantal paarden op hol sloegen

Veel van het werkelijke strijdgewoel heeft zij niet met eigen ogen kunnen, liever gezegd mogen, waarnemen. Binnen blijven was het devies. Vader was groentehandelaar en beschikte over veel schuurruimte waarin o.a. het paard was gestald. Iets wat overigens in de buurt veelvuldig het geval was. Corry weet nog dat één van de stallen in de buurt – er woonden veel handelaren – was geraakt door scherven of granaatvuur en een aantal paarden op hol sloegen. Ze renden door de straten. Wat er verder mee gebeurd is, of ze het overleefd hebben, weet zij niet meer. Het was chaos alom. Samen met twee gezinnen die boven woonden zat het hele koor in de stal, die vader versterkt had met zakken vol aardappelen. Hoewel tijdens de gevechten heel veel huizen het loodje legden, bleef huize Snippe tamelijk ongeschonden. Dat is trouwens een constatering achteraf toen, de familie na de bevrijding terugkeerde.

School met de bijbel 1942-1943 privé bezit Corry Wigt-Snippe

School met de bijbel 1942-1943 privé bezit Corry Wigt-Snippe

Dat er van schoolgaan niets meer terecht kwam is duidelijk. Het net begonnen schooljaar moest worden uitgesteld tot betere tijden en niemand die wist wanneer die zouden aanbreken.
‘Mijn twee jaar oudere broer vertelde later dat een vriendje van hem was getroffen door een granaat en ter plaatse overleed’. ‘Ik heb het zelf niet gezien’ vertelt Corry, ‘maar buiten tikkertje spelen tijdens de gevechten heb ik nooit helemaal begrepen’. ‘Maar ja, jongens namen nou eenmaal meer risico’s’. Toen de wisselende strijd tussen de Engelse Para’s en de Duitsers – het ene moment waren we bevrijd, het andere waren we weer bezet – vrijwel achter de rug was moesten we het huis uit. “Evacueren”: zei vader.
Met een volgeladen handkar – geleend van de meubelhandel Masar – ging het, samen met de familie Rosmalen de Kortestraat in en via de Jansstraat naar het Willemsplein waar, herinnert Corry zich, een grote Duitse tank stond. Midden op het toenmalige grasveld! Er moeten dode soldaten en burgers hebben gelegen, hoorde zij later, maar Corry herinnert zich dat niet zo scherp meer. Er was ook zoveel dat om je aandacht vroeg. Als je net elf jaar geworden bent, dan kijk je al behoorlijk om je heen, maar na zeventig jaar wordt het toch moeilijk alles scherp in je geheugen terug te roepen, constateren zowel schrijver dezes als de vertelster.

Het scheiden van de families; kinderen elders, pikte moeder Snippe niet

Nadat ze de controleposten bij de Zypsepoort waren gepasseerd ging het bergopwaarts via de Sonsbeekweg en de Apeldoornseweg naar de De Wiltstraat, daar woonde een tante (Jansen), waar zij een steenhouwerij voerden. Ook van daaruit, konden ze de grote kerktoren in brand zien staan. Een week later kwam het bevel dat heel Arnhem moest evacueren.
De familie Rosmalen, ook vijf personen, liepen mee naar Apeldoorn. Onderweg werd er door vliegtuigen veel geschoten, dat was best angstig. Aangekomen op een groot kerkplein in Apeldoorn herinnert zij zich dat er hulpposten waren ingericht die de evacuees verder hielpen naar verblijfplaatsen. Het scheiden van de families; kinderen elders of verspreid, pikte moeder Snippe niet. ‘Mijn kinderen blijven bij mij’ was haar kordate reactie. Ze werden ondergebracht bij de familie Zevenhuizen die een transportbedrijf hadden aan het Apeldoorns – Dierens kanaal. Het hele koor, inclusief de families Rosmalen en Jansen uit de De Wiltstraat, ook met vijf personen, totaal achttien man!, mochten mee. Het was een groot huis waar ze terecht kwamen. Voor aan de straat stond het woonhuis en achteraan de opslagruimtes voor paarden en wagens. ‘In zo’n grote hal met strobalen versterkt, werden wij ondergebracht’. ‘In een andere hal stonden de paarden’. Vlakbij het woonhuis stond een schaftlokaal waar de families overdag konden verblijven. Daar was warmte middels een kacheltje. Probleem was natuurlijk het eten. Corry weet dat er honger is geleden. Waar het beetje, dat er was vandaan kwam weet zij natuurlijk niet. De ouders hadden die zorg en dat zal ze zwaar zijn gevallen.
Het meeste kwam van de gaarkeuken, denk Corry en de kinderen mochten eens in de week, op Zondag weet zij nog, bij mensen van de Kerk komen eten.
Met moeder en zus ging zij ook wel eens de boer op, met een klein karretje om te zien of er nog wat eetbaars te halen viel.Het spooremplacement was er vlak achter. ‘Bij beschietingen die daar veelvuldig plaatsvonden, moesten we eerst in de paardenstallen verblijven’ zegt Corry. ‘Enkele paarden werden eens door granaatscherven geraakt’. Hoe dat is afgelopen weet zij niet goed meer. Toen het te dreigend werd, adviseerde hun gastheer dat ze moesten vluchten naar het woonhuis en niet in de houten stallen konden verblijven. Dat was te gevaarlijk. Corry herinnert zich dat er een beschieting plaatsvond waarbij als de donder het woonhuis moest worden opgezocht. Een zus van haar, die buiten de was stond te doen in een grote teil, rende hard, en struikelde. Iedereen dacht dat zij getroffen was, maar dat was gelukkig niet het geval. Na de aanval bleek een kogel dwars door de teil te zijn gegaan. Een groot gat zat er in.

Vader Snippe was inmiddels, te werk gesteld door de Duitsers aan de IJssellinie

Op enig moment namen de Duitsers de stallen in beslag en moesten ze weer weg. Een comité besliste dat zij naar de kantine van voetbalvereniging ‘Victorie’ in Apeldoorn Noord vlakbij Berg en Bosch moesten verhuizen. De familie Jansen ging mee en de familie Rosmalen kregen elders een plaats toegewezen. Corry kon zich de indeling nog goed herinneren. Veel hulp kregen ze daar van buurtgenoten, maar er werd veel kou geleden’. Het was een strenge winter en de meegenomen kleding was beslist niet toereikend genoeg om allen te verwarmen.
Maar, met een groot voetbalveld voor de deur was er speelruimte genoeg voor de kinderen! Dat dan weer wel. Het verhaal houdt niet op. Weer kwamen na verloop van tijd de Duitsers die het houten gebouwtje plotseling vorderden. Corry hoort het nog;” Rauss, Rauss”: werd er gesnauwd; wegwezen!.
En weer moest het schamele boeltje worden opgepakt en een onderkomen voor de nacht worden gezocht.
Ene familie Konijnenberg vlakbij in de buurt, bood hen gelukkig ruimte aan in de schapenschuur, waar overigens geen schaap meer was te bekennen. Met hulp uit de buurt konden ze zich weer een beetje installeren. Veel kou gehad.
Vader Snippe was inmiddels, samen met twee neven, te werk gesteld door de Duitsers aan de IJssellinie. Graafwerkzaamheden verrichten. Toen heeft een oudere broer van Corry samen met een andere neef, haar vader en nog een te werk gestelde neef opgepikt en stiekem mee naar huis genomen.
Van de bevrijding kan zij zich niets meer herinneren.
Op een bepaald moment was het gewoon voorbij en konden ze na verloop van tijd weer terug naar huis. Een huis dat vrijwel geheel in tact was gebleven. Er zal best wel enige schade zijn geweest, dat kon haast niet anders als je in de vuurlinie hebt gelegen, maar het was weer bewoonbaar gemaakt door vader die vooruit was gegaan.

Zomer 1945. Het leven herneemt zijn gang.
Corry gaat in september weer naar school waar, zoals vrijwel alle Arnhemse kinderen, de in 1944 begonnen zesde klas moest worden overgedaan, gevolgd door een zevende leerjaar om de opgelopen achterstand weer een beetje goed te maken.
Abnormale kinderjaren met een leerachterstand, met honger en kou achter de rug.
Dat waren de Arnhemse kinderen.

Mw. C. Wigt-Snippe 2014

Mw. C. Wigt-Snippe 2014

Oorlogskinderen!
* * *

Plaats een reactie

Wilt u een reactie geven?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>