Hilda, Rieki en Bart met onze kar

Mijn vader zat in het verzet

Mijn vader zat in het verzet, wij woonden in Wageningen. In september/oktober 1944 verbleven wij: mijn vader Johan v.d. Peppel; moeder Riek v.d. Peppel-Zaaijer; zusje Hilda 12 jaar; zusje Rieki 4 jaar en ik Bart 10 jaar in Bennekom. We gingen dan naar ’t Bos. In dat huis op de Fransekampweg 1 woonden toen; de familie van de Weerd: Gerrit sr.; zijn vrouw Jantje, Gerrit jr.; schoondochter Toos, die op 28 september beviel van zoon Gertje, dochter Jans (Zus) en zoon Niek. Dhr. en Mw. Ledoux. Dhr. en Mw. Limbach. De onderduiker: Geurt Ansink verloofde van Jans. En nog twee verzetsmensen: Jacob Post en Jan Schiedam uit Amsterdam, die daar waren in afwachting van de invasie/luchtlanding. In totaal dus 19 mensen.

Franse Kampweg 1 Bennekom

Franse Kampweg 1 Bennekom

15 september 1944:
’s Morgens maak ik een vlieger, ‘s middags ben ik aan het vliegeren, als er opeens twee Tyfoons naar beneden duiken, ik hol naar de schuilkelder van buurman Peters. Pa is in gesprek met buurman Pauw, plotseling wordt er aangebeld bij Pauw. Pa vlucht en verbergt zich in de boerenkool. Pitha de hond haalt hem op als het weer veilig is. Politie aan de deur, ma zegt dat haar man naar de Noord Oost polder is naar zijn zieke broer.
16 september:
Pa duikt onder in “ ‘t Bos” Fransekampweg 1. De politie komt weer aan de deur om pa op te halen.
17 september:
‘t Is zondag: ma gaat met zus Vossers kleren brengen naar “ ‘t Bos” . Wij kinderen blijven thuis, als er iets bijzonders is moeten we naar de buren Peters gaan.
In de lucht cirkelen groepjes vliegtuigen, wij naar de buren. Plotseling vallen er bommen ten oosten van Wageningen. De oude Peters duwt Hilda en Rieki tegen de muur. Ik hol het land op en val in een bed wortelen, als het gerommel minder wordt ga ik terug. Er stijgt een dikke rookwolk op in het oosten. Ondertussen zijn Ma en Zus op de terugweg naar huis, ze worden van de fiets geblazen op de Hollandseweg, als er bommen op de wijk Sahara en de Diedenweg vallen. Op de hoek van de Brinkerweg staat Jan Versteeg: “Riek, Riek wat is er gebeurd”. Ma vertelt van de bommen op de Diedenweg. Jan springt op de fiets, zijn kinderen zijn bij de fam. van de Lee. We zijn heel verdrietig, want zijn kinderen zijn omgekomen op de Diedenweg. Marieke was mijn vriendinnetje en Jan Versteeg zat in dezelfde verzetsgroep als mijn vader.
Pa had uit het dakraam van “ ‘t Bos”  de bommen zien vallen en kwam direct naar huis. Toen we zaten te eten begon de luchtlanding. Ma ging naar opoe Zaaijer, onderweg sprak petroleumboer Lauwerens haar aan en waarschuwde haar, omdat de vrijgelaten mannen van de razzia weer werden opgepakt, om loopgraven te graven.
Pa ging meteen terug naar “ ‘t Bos” .
Direct na de luchtlanding gingen Gerrit van de Weerd, Jacob Post en Jan Schiedam naar het hoofdkwartier van de Engelsen. ’s Avonds kwamen Gerrit en Jacob terug met een oranje armband om, met zwarte letters stond er ORANJE op en ze hadden elk een Engels geweer. Op “ ‘t Bos”  werd een wachtdienst ingesteld.

18 september:
– Gerrit en Jacob fietsten naar Wageningen, mijn vader en van de Weerd sr. hoorden een vuurgevecht.
– Mijn moeder ging met ons op de fiets naar “ ‘t Bos” . Onderweg zwaar vuurgevecht op de hoek van de oude Bennekomseweg/Diedenweg. Gevecht van Gerrit en Jacob met de Duitse patrouille.
– Geurt Ansink (in blauwe overal met oranjeband) ging vanuit “ ‘t Bos”  naar de Engelsen.
– Toos; Niek; Henk van Zanten, Wietse en mijn vader gingen op weg om de Engelsen te ontmoeten. Ze kregen van de Engelse soldaten tabak en een nieuw Nederlands bankbiljet, wat ze ruilden voor Nederlands geld. Ik heb het bankbiljet met een handtekening van een Engelse soldaat nog.

Geld biljet wat Engelse parachutisten bij zich hadden

Geld biljet wat Engelse parachutisten bij zich hadden

Geruild voor Nederlands biljet

Geruild voor Nederlands biljet.

– Pa (Johan v.d. Peppel) en Henk van Zanten (verloofde van Zus Vossers nichtje van de fam. v.d. Weerd) gingen terug naar Wageningen.
- De bekende verzetsman Kees Mulder kwam waarschuwen.
- Niek kwam aan Zus vragen of ze bij de fam. Roskam wilde zeggen, dat Gerrit en Jacob vermoedelijk gevangen genomen zijn.
- We sliepen in de huiskamer, het oorlogsgeweld werd steeds erger, vooral toen de verovering van de brug mislukte en de Amerikanen in de Betuwe zaten. Wageningen kwam onder vuur te liggen.

29 september vrijdag:
We vertrokken weer naar “ ‘t Bos” . Pa heeft de kar ingepakt met o.a. groene zeep, winterkleren en voedsel. We sliepen 1 nacht in een slaapkamer boven, maar het granaatvuur werd te hevig. Alle bewoners gingen in de kelder slapen.
1 oktober:
Wageningen moet evacueren. Pa en Fief Ledoux gingen naar Wageningen matrassen ophalen, de handtas van ma met honderd gulden erin was al gestolen.
v.d. Weerd sr en ik gingen mais binnenhalen, ik moest zes keer plat op de grond gaan liggen, omdat de granaten om mij heen insloegen.

Plotseling kwamen er Duitsers met grote schilden op de borst.

We kregen inkwartiering van Duitsers. Er werd een geschut in de buurt van het huis (“’t Bosch”) geplaatst. De spanning liep behoorlijk op. De Duitsers kwamen in de keuken en namen onze Rieki, met haar mooie blonde pijpenkrullen op schoot. Een hard gelag voor de familie, waarvan een zoon en een a.s. schoonzoon vermist werden.

aan het stuur van de fiets hingen twee konijnen

21 oktober:
Bennekom moest evacueren, wij bleven zitten in “ ‘t Bos”. De Duitsers vonden het goed omdat er water gepompt moest worden, ze zorgden zelfs voor dieselolie.
De fam. Lombach vertrekt. De familie Mathot (bewoners van Sakkara) vertelde ons dat alles ten zuiden van het Hazenpad (nu A12) weg moet; evacueren.
Plotseling kwamen er Duitsers met grote schilden op de borst. We moesten ons opstellen in een rij achter het huis. De geschutscommandant heeft voor ons gepleit, we zaten in het spergebied en dat was strafbaar. Binnen een uur moesten we eruit zijn. Pa ging noodgedwongen een aantal konijnen dood knuppelen. Hij pakte onze kar in. We gingen in een droeve stoet op weg naar Ede. Ik zie het nog voor me, op de hoek van de Franse Kampweg lag een dood paard met de benen omhoog. Eén nacht sliepen we bij oom Rien, maar dat huis zat helemaal vol. De volgende dag verder, op weg naar Blokzijl. We lopen van Ede naar Lunteren Hilda en ik voor de kar aan het zeel. Rieki had een plaatsje op de kar, mijn vader aan de duwboom, mijn moeder liep er naast met haar fiets, aan het stuur hingen twee konijnen. Later trokken we verder via Barneveld, Voorthuizen, Putten, Ermelo. Vanuit Ermelo gingen we met een vrachtauto naar Staphorst. Daarna weer lopen naar Meppel.
We bleven een paar dagen bij de ouders van oom Frans Fabricius. Weer op weg door de stad naar het beurtschip van Doeveren uit Blokzijl. Hilda droeg haar babypop op de arm. Iedereen had medelijden met ons, zelfs de Duitse soldaten. Zij beurden uit medelijden onze kar op het schip. Ik zat op de boeg van het schip. Vlak voor de Sas van Blokzijl zag ik ome Jan op de loswal staan. Ik riep: “daar staat ome Jan” ome Jan is de broer van mijn vader, mijn lievelingsoom. In de sluis werd onze kar afgeladen, een aantal mannen hielpen ome Jan en mijn vader bij het afladen. Eén van de mannen vroeg mijn vader: “waar zijn jullie meubels?” Mijn vader zei: “Dit is alles wat we nog bezitten”. De mannen konden het niet geloven. We gingen naar de familie Ansink. Herman Ansink was erg ziek en het huis was te klein om ons op te nemen. Er werd overlegd met de buren; de familie Tames, we werden liefdevol bij hun in huis opgenomen. We zijn daar tot juli 1945 blijven wonen.

Naschrift:
Pas jaren later werd de ware toedracht van de vermiste mannen in september 1944 bekend:
Op 17 september 1944 om 13.00 uur begonnen de geallieerde luchtlandingen.
In de loop van de middag arriveerden Jan Schiedam en Jacob Post vanuit hun schuilplaats op de begraafplaats, aan de Fransche Kampweg bij de woning van Gerrit van de Weerd sr.
Samen met Geurt Ansink en Gerrit van de Weerd vertrokken de mannen om zich aan te sluiten bij de luchtlandingstroepen.
Geurt en Jan keerden die avond niet terug. Gerrit en Jacob waren ’s avonds weer terug aan de Fransche Kampweg.
Geurt Ansink en Jan Schiedam vielen op 19 september ’s middags om 15.00 uur in de buurt van Het Blindenhuis aan de Wolfhezerweg in handen van Duitse troepen en werden ter plekke gefusilleerd. Pas in augustus 1945 kreeg de familie de zekerheid dat Geurt en Jan gefusilleerd waren. Geurt Ansink en Jan Schiedam zijn begraven op de Bijzondere Begraafplaats van de psychiatrische inrichting Wolfheze.
Jacob en Gerrit waren later die avond weer terug, getooid met een stengun en een armband van de BS, ontvangen van de Engelsen om bij eventuele gevangenneming aangemerkt te worden als krijgsgevangene.
In de vroege ochtend van 18 september 1944 vertrokken Gerrit en Jacob bewapend vanaf de Fransche Kampweg in Bennekom. Ze fietsten door het bos richting Wageningen en werden al in het bos ingesloten door een Duitse patrouille. Na een hevig vuurgevecht werden ze gearresteerd door de Duitsers en werden ze opgesloten in de plantenkas van Ansink aan de Keijenbergseweg.
Later die dag werden Jacob Post en Gerrit van de Weerd op een open vrachtwagen via de Hoogstraat de Wageningse Berg opgereden en achter de watertoren gefusilleerd.
Tien jaar later werden de lichamen van Jacob Post en Gerrit van de Weerd gevonden.
Hun begrafenis vond plaats op 26 juni 1954 op de algemene begraafplaats Wageningen.

Bart van de Peppel 2015

Bart van de Peppel 2015

1936 Van de Weerd, Riek, Mw. v.d.Peppel, Bart

1936 Van de Weerd, Riek, Mw. v.d.Peppel, Bart

 

Plaats een reactie

Wilt u een reactie geven?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>